maandag 12 september 2016

Moet je kind per se geloven in de kerstman?

Jonge kinderen hebben nog geen afgebakende veilige psychische grenzen. Zij vrezen al gauw dat volwassenen hun gedachten kunnen lezen. Trouwens, ook volwassenen met een psychose menen dat anderen hun gedachten kunnen lezen, maar dat even terzijde. Maar wát als de kerstman ook gedachten kan lezen?




Kerstman kan gedachten lezen


Als een volwassene zegt: 'God ziet alles", of "de kerstman weet wat je fout hebt gedaan", kan dat voor het kind als bedreigend worden ervaren. Daarbij komt het heel erg aan op de sfeer die heerst binnen een gezin. Wanneer je het kind met een knipoog vertelt dat de kerstman bestaat en je enigszins duidelijk maakt dat het leuk is om zoiets te denken, maar dat het niet helemaal waar is, dan is het in orde. Het is in orde wanneer in het gezin normaal “waarheid” aan de orde komt, wanneer men kwaad of verdrietig mag zijn en wanneer de ouders met de kinderen daarover kunnen praten. Maar heerst er binnen het gezin een sfeer waarin de ouders de kinderen op een geforceerde manier weg willen houden van onaangename zaken, dan kan het geloof in de kerstman angsten aanwakkeren.

De angst voor monsters verminderen


Vooral als kinderen grote moeite hebben om in te slapen, bang zijn voor monsters en inbrekers, dan kan het raadzaam zijn het kind niet te laten geloven in feeën, tovenaars en kerstmannen.







Vage onbestemde angsten overbrengen


Kenmerkend is in dit verband het verhaal van een vader die zijn kinderen op vakantievluchten niets wil laten merken van zijn grote vliegangst. Hij neemt dan steeds kalmerende middelen, maakt aan de lopende band grapjes en is op hetzelfde moment suf van de tabletten. Dat stimuleert de fantasie van de kinderen enorm. Onbewust voelen ze de angsten van hun vader toch, maar ze kunnen dat niet goed een plaats geven. Als de vader niet over zijn angst spreekt en voor de kinderen komedie speelt, dan krijgen de kinderen het gevoel dat er iets niet klopt. Het is alsof ze de waarheid willen weten, terwijl die voor hen niet toegankelijk is. Dat kunnen kinderen heel slecht verdragen en zo worden onuitgesproken angsten onbewerkt doorgegeven. Daarbij ontstaan vage onbestemde angsten.

Verschillen laten bestaan


Als kinderen boos, verdrietig of angstig zijn, dan kunnen stabiele ouders zich in die gevoelens verplaatsen. Ze denken dan over die gevoelens na en kunnen er met het kind over praten. Ze kunnen het kind troosten en effectief kalmeren. Maar gaat het de ouders zelf niet goed, dan leven ze zich te zeer in het kind in en vereenzelvigen ze zich met het kind. Als ouders gestrest zijn of evenals het kind veel woede, verdriet of angst voelen, dan kan het gebeuren dat de grenzen vervagen. Als een kind met grote angst terug moet vallen op een angstige moeder, dan kunnen zich de gevoelens bij het kind versterken. Het denkt dan dat het anderen kan aansteken met zijn angsten.

De twinkeling in de ogen mag niet ontbreken


Het is dus goed als de ouders zich kunnen inleven in de gevoelens van de kinderen, maar zelf niet te zeer belast zijn met vergelijkbare gevoelens. Zo is het ook met het geloof in de kerstman. Als de ouders stabiel zijn en in staat zijn om na te denken over gevoelens, dan is het leuk om samen te geloven in de kerstman. Maar als ouders merken dat het kind angstig is of wanneer ze zelf overweldigd zijn door angsten, dan is het vaak beter om bij de waarheid te blijven. Wanneer het kind zich iets wenst en de ouders geven het hem, is het even leuk voor het kind. Het weet dat de ouders van hem houden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen